Gisteren voortgangsgesprek gehad. Zoals zo vaak raak ik zowel geïnspireerd als ietwat verward.
Het gesprek start met de begrippen cocon, binnen-buitenkant en open-dicht. Het gesprek eindigt in een totaal andere richting. De nieuwe richting is kort samengevat het bijzonder gewone, gewoon bijzonder.
De cocon is een goed startpunt geweest, van daaruit kwamen we bij aangetast, hoe is de oorspronkelijke vorm nog als schim aanwezig, zoals bij de papaverbol. Wat is de kern? Wat kun je weglaten? Ik dacht al te veel in een eindproduct en dat was foute boel, want dan sluit je alles al af.
Het proefje met de sinaasappelschil leverde een interessante vorm op en was ook aangetast, maar had nog wel meer mogelijkheden. Ook het pluisje in hetzelfde bericht heeft een interessante vorm, of er zit een vorm in opgesloten, het kan iets zijn, het heeft potentie.
Dat gegeven staat veel dichter bij mezelf, mogelijkheden zien in wat andere mensen misschien niet zien. In soms onbenullige dingen zoals restjes draadjes die overblijven na het naaien met de machine. Het zijn soms erg mooie bolletjes.
De volgende stap is een aantal experimentjes te doen en wat dingen uit te proberen om te kijken of het iets oplevert.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten